Pompkelder: doorgeefluik of reservoir?

Nieuwsflash

Afgelopen zomer verscheen in het zomernummer (nummer 7/8) van het blad: “Het Waterschap”  een kort nieuwsbericht over een pompkelder van het grootste rioolgemaal van Nederland. Ze hebben de ‘bezem’ flink door deze pompkelder gehaald en in drie dagen tijd is er meer dan 100 ton vuil opgevist. Die drie dagen heeft het gemaal dat normaal gesproken maximaal 11.300 m3/uur kan verpompen, stilgelegen.

 

Op het eerste gezicht een prima actie, die schoonmaak, maar wat is nu eigenlijk het nut van een pompkelder? Tijd voor een beetje onderzoek en vergelijking!

Pompkelders en bezuinigingen

Een beetje zoekwerk en rondvraag leert dat de eerste pompkelders op ervaring ontworpen zijn als ruime kelders, vaak met een smaller profiel in de bodem (een slingergoot) voor de aanstroming. Er zijn verschillende manieren om het vuil in (riool)afvalwater bij een pompkelder bij binnenkomst weg te nemen. Zo zijn er zandvangers om sediment te laten bezinken en vuilharken om de grootste stukken vuil af te vangen. Dat voorkomt schade aan de pomp.

Maar die vuilharken en zandvangers zijn op veel plekken ook weer weggehaald uit bezuinigingsoverwegingen. Die vragen natuurlijk om regelmatige inspectie en onderhoud. Daarnaast zijn veel slingergoten om dezelfde reden dichtgestort, want een vlakke vloer is makkelijker te beheren.

 

De functies van pompkelders…

Tijd om uit te zoeken wat nou precies de functie van een pompkelder is. Als toonaangevende richtlijnen voor het ontwerp van afvalwatersystemen geven twee publicaties al een duidelijk beeld. Nummer een: Deltares´ CAPWAT Handboek “Hydraulisch ontwerp en beheer van afvalwatertransportsystemen” (STOWA publicatie 2012-48). Nummer twee: deel 4 uit het Handboek Rioleringstechniek (1999) getiteld “Inzameling en transport van afvalwater“, van de Vereniging van Producenten van Betonleidingsystemen (VPB).

De pompkelder heeft volgens het CAPWAT Handboek de volgende functies, in volgorde van afnemende prioriteit:

  1. De berging geeft een optimale schakelfrequentie voor de pompen en het leidingsysteem.
  2. Er wordt geen lucht ingeslagen door de pomp.
  3. Sediment en drijfvuil worden afgevoerd door de pomp.
  4. De aanstroming van de pomp is optimaal.

En in de bijlage staan maatregelen ter voorkoming van luchtinslag, vuistregels voor de plaatsing van de zuigmond en dimensionering van de pompkelder.

…en de bijbehorende vorm

Het Handboek Rioleringstechniek legt verder uit: “Bij neerslag stijgt het waterpeil in de ontvangstkelder van het gemaal. Zodra dit peil een bepaalde hoogte heeft bereikt, dient de pomp aan te slaan. Dit peil wordt het inslagpeil genoemd. Door de werking van de pomp daalt het peil in de kelder. Zodra de waterstand in de kelder onder het niveau van de binnenonderkant van het aanvoerriool is gekomen, slaat de pomp af. Deze waterstand waarbij de pomp afslaat, wordt het uitslagpeil genoemd. De dwa- (droogweerafvoer) en rwa- (regenwaterafvoer-)pompen hebben elk een afzonderlijk inslagpeil.“

 

“Het aantal keren dat gedurende een bepaalde periode een pomp aanslaat, wordt de schakelfrequentie genoemd. … Deze maximaal toegestane frequentie is afhankelijk van type motor en schakelaar gelegen tussen 7 en 15 maal per uur. Ter beperking van de frequentie dient de ontvangstkelder een bepaalde inhoud te hebben.“

 

Deze inhoud is dus maatgevend voor de ontvangstkelder. Omdat de rwa groter is dan de dwa, zal het inslagpeil daarvan maatgevend zijn. Dit laat zien dat er dus een optimum is wat betreft variatie in grootte van de pompkelder.

 

Tenslotte vermeldt het Handboek Rioleringstechniek over roosters die “verhinderen dat grove delen de pompen bereiken. … Stoffen die het rooster passeren, moeten zonder bezwaar door de pompen kunnen stromen“.

 

Bovenstaande informatie maakt helder: de pompkelder vormt een essentiële schakel tussen persleiding en gemaal, bedoeld om de pomp zo goed mogelijk zijn werk te kunnen laten doen. Dat wordt nog eens extra duidelijk met het woord “inlaatwerk“. Het CAPWAT rapport gebruikt dat woord als een synoniem voor pompkelder.

 

De consequenties samengevat

Terug naar de praktijk: wat zijn nu de consequenties van een ander vuilaanbod op het functioneren van de pompen en de pompkelders?

 

Vuilharken en zandvangers:

Het weghalen van roosters/harken brengt een risico met zich mee: grotere stukken vuil kunnen pompen flink beschadigen. Het nieuwsberichtje noemt onschuldige stukken afval, maar als er iets anders zoals een balk in een pomp terecht komt (en dat komt voor!), kunnen de reparatiekosten flink oplopen. De pompen zijn bovendien ontworpen op een bepaalde vuillast en krijgen zonder rooster een andere dosis voor hun kiezen. Dit zal tot onnodige slijtage van de pompen leiden.

Stroming in de pompkelder:

Daarnaast is er het hydraulische profiel van de pompkelder, wat voor een ongunstige aanstroming richting de zuigleiding van de pomp kan zorgen. Compromissen aan kelderdimensionering, dichtstorten van slingergoten en vuilophoping verstoren alle drie het stromingsprofiel, wat kan leiden tot ongunstige zuigcondities voor de pomp(en).

 

Vetophoping:

Vetophoping in pompkelders (van o.a. frituurvet) is een ander probleem wat op sommige plekken in Nederland speelt. Er zijn kelders waar iedere maand een 1 meter dikke vetlaag moet worden verwijderd.

 

Wisselende vuillast:

Tenslotte is de inkomende afvalstroom niet voorspelbaar genoeg om planmatig onderhoud te kunnen doen. Schoonmaken blijft op deze manier een kwestie van reageren, terwijl roosters en vuilharken misschien meer baat vinden bij gepland onderhoud.

Het dilemma en de slotvraag: vuil doorpompen of laten bezinken?

Wat is volgens jullie de functie van een pompkelder? Moet de stroming in de kelder zo optimaal zijn dat alle inkomende vervuiling door de pompen doorgepompt kan worden en dat de pompkelder daarbij niet gereinigd hoeft te worden of moet de pompkelder een vergaarbak van alle vervuiling zijn, waarbij de pompinstallatie regelmatig uit bedrijf genomen moet worden om de pompkelder te kunnen reinigen?

 

We weten dat de ervaringen met vuilophoping in Nederland divers zijn. We horen graag jullie ervaringen! Speelt dit probleem bij jullie organisatie? Biedt CAPWAT genoeg heldere handvaten om onderhoud en renovatie aan te pakken? Zijn er aan de kant van de bron mogelijkheden (bijvoorbeeld voorlichting)? Is het tijd een nieuw geluid te laten klinken? Welke kant moeten we op? Laat het ons weten en reageer in de comments!

 

Referenties:

Tukker, M., Kooij, C., Pothof, I., Hydraulisch ontwerp en beheer afvalwatertransportsystemen, CAPWAT Handboek, 2de ed., Deltares, Delft, Netherlands, april 2012

 

Wiggers J.B.M., Inzameling en transport van afvalwater, Deel 4 Handboek Rioleringstechniek, Vereniging Producenten van Betonleidingsystemen, Woerden, 1999

Anderen lazen ook:

0

Start typing and press Enter to search