Bijgeloof: verzinsels omtrent leidingsystemen

Onder een ladder doorlopen, een uil die drie keer roept, viooltjes die buiten het seizoen bloeien, allemaal voorbodes van ongeluk. Zo wordt dat in de volksmond tenminste verteld. Ook in de pomptechniek zijn er allerhande volksvertellingen of bijgeloof die de ronde doen. Helaas zijn sommige ervan een stuk minder onschuldig dan bovenstaande voorbeelden. Reden om er een aantal aan het daglicht te brengen en de werkelijke stand van zaken eens goed onder de loep te nemen!

 

In dit artikel: onjuiste veronderstellingen met betrekking tot het leidingsysteem.

Consequenties van een plaatselijke vernauwing

 

In leidingsystemen treffen we regelmatig een smal stukje leiding aan, als verbinding tussen twee bredere stukken. We snappen het wel: als er twee stukken leiding met elkaar moeten worden verbonden, is het voor de installateur gewoon makkelijk om daar een klein smaller stukje tussen te plaatsen. Helaas wordt er ook vaak verondersteld dat de gevolgen van zo´n plaatselijke vernauwing in het leidingsysteem te verwaarlozen zijn.

 

Er wordt vaak geredeneerd: “Dat is niet echt een vernauwing, want het is maar een kort stukje buis.” Vervolgens: “Zo’n kort smal stukje buis in het leidingsysteem heeft toch geen gevolgen?” Helaas, een kleine vernauwing heeft wel degelijk gevolgen.

 

We vergelijken het vaak met fietsen op een fiets met handremmen. Terwijl je aan het fietsen bent, raak je de remmen even kort aan. Is de snelheid vlak na het remmen dan hetzelfde gebleven? Nee, de snelheid is een stuk afgenomen. Zo is het ook met de druk (snelheidsenergie) in het leidingsysteem. Een klein stukje leidingvernauwing levert altijd een stukje drukverlies op. Als je manometers voor en na een vernauwing plaatst, is zo’n drukval goed te zien. Die drukval draagt bij aan het totale leidingverlies.

Wat kun je er aan doen? Zorg ervoor dat er geen onnodige vernauwingen in het leidingwerk worden aangebracht. Een lagere weerstand in het leidingsysteem komt ten goede aan de efficiëntie en een lager energieverbruik van de pomp.

Knie of bocht, een passend appendage of een gedrocht?

 

Een ander verhaal uit de categorie bijgeloof: “Ik moet het water van A naar B pompen, daarbij maakt het in de rechte hoeken toch niet uit of ik een knie of een bocht gebruik?” Zo’n redenering staat mensen toe in installaties knieën in plaats van bochten te plaatsen. Omdat knieën bijvoorbeeld ‘strakker’ en mooier ogen, of omdat ze makkelijker in te meten zijn.

 

Toch heeft de keuze van zo’n appendage behoorlijke consequenties voor het resulterende stromingsprofiel erna. Hoe scherper de hoek, des te groter zijn de wervelingen erna. Extra wervelingen geven een klein stukje extra weerstand. Wat velen niet weten, is dat de consequenties extra groot zijn als er een verkeerde appendage in de zuigleiding vlak voor de pomp geplaatst wordt.

 

Vlak voor de pomp is een stuk rechte leiding nodig om een goede stroming in de pomp te waarborgen; daar is hij op ontworpen. In de praktijk komen we echter toch knieën vlak voor de pomp tegen. In die gevallen wordt de gewenste aanlooplengte vaak al niet gehaald, maar het inkomende stromingsprofiel is dan bovendien dusdanig verstoord, dat de pomp buiten zijn ontwerpcondities draait. Met nadelige gevolgen. Het plaatsen van voldoende aanlooplengte en in ieder geval een bocht voor de pomp, zorgt voor een flinke verhoging van de levensduur van de pomp.

Ook wordt er wel eens verondersteld dat de verstoorde stroming door een knie kan worden opgeheven door er een tweede knie achteraan te plaatsen. In die situaties kom je dan onnodig veel knieën tegen. Voor de goede orde: dit levert alleen maar onnodige weerstand op.

Weerstand: alleen maar onnodig?

 

Dat brengt ons bij de volgende volksvertelling: “Voor een pomp is zo weinig mogelijk weerstand het prettigst.” In de praktijk zie je soms dat vanuit deze gedachte de persleiding zo kort mogelijk wordt gemaakt.

Heeft een pomp dan weerstand nodig? Ja, de pomp heeft de juiste hoeveelheid weerstand nodig om op de juiste plek in zijn curve te kunnen draaien. Als er te weinig weerstand is, gaat de pomp buiten zijn curve draaien.

 

Dat heeft gevolgen. De pomp met een persleiding die bijvoorbeeld te kort en/of qua diameter te groot is, gaat veel sneller stuk. Als er namelijk te weinig weerstand is, gaat de pomp ‘te hard’ werken voor het aanbod van dat moment en daarbij kan van alles misgaan. De waaier kan bijvoorbeeld kapot gaan of de motor kan doorbranden.

 

Door de persleiding voldoende leidingdiameters te geven, zorg je er dus voor dat de persleiding voldoende weerstand biedt. Dan blijft de pomp op de juiste plek in zijn curve draaien, met de gewenste efficiëntie en een optimale levensduur.

 

Zo zie je maar dat ook de pomptechniek zijn eigen vrijdag de dertiende en zwarte katten kent. Wat vonden jullie ervan? Komen deze voorbeelden jullie bekend voor? Hebben we belangrijke voorbeelden gemist? Hebben jullie leuke aanvullingen? Laat een berichtje achter, we horen graag van jullie! Het volgende artikel verder met bijgeloof rondom frequentieomvormers.

Anderen lazen ook:

0

Start typing and press Enter to search